Theoretische Onderbouwing
De didactische opzet van het SkillsLab bij de opleiding Marketing, Communicatie & Events is geanalyseerd aan de hand van het model van Het Curriculair Spinnenweb Van den Akker om de interne consistentie van het programma aan te tonen.
1. Visie (De kern): Waarom leren ze dit?
De centrale visie is het opleiden van de “Content Creator van de toekomst”. Het doel is niet het reproduceren van theorie, maar het ontwikkelen van een professionele identiteit door middel van doen, experimenteren en reflecteren.
2. Leerdoelen: Waar werken ze naartoe?
De doelen zijn geformuleerd als beheersingscriteria (badges). Studenten werken toe naar de ‘Professional Standard’: het zelfstandig kunnen produceren van kwalitatieve media-uitingen.
3. Leerinhoud: Wat leren ze?
De inhoud is verdeeld in drie blokken die oplopen in complexiteit:
Blok 1 (Basis): Fotografie, film, podcasting.
Blok 2 (Specialisatie): Keuze-workshops zoals 360° fotografie of vloggen.
Blok 3 (Integratie): Complexe producties zoals een Live-Stream TV Show.
4. Leeractiviteiten: Hoe leren ze?
De activiteiten zijn uitsluitend praktijkgericht. Studenten voeren opdrachten uit in de studio, zoals het maken van een “Hero Shot” bij productfotografie of het voeren van een radio-interview met de LSD-techniek.
5. Docentrol: Hoe wordt er begeleid?
De docent fungeert als coach/facilitator. Er wordt ingezet op zelfredzaamheid: studenten kijken eerst instructievideo’s op SharePoint; de coach biedt ‘scaffolding’ op de werkvloer bij complexe technische vraagstukken.
6. Bronnen en Materialen: Waarmee leren ze?
Het SkillsLab stelt professionele apparatuur beschikbaar (DJI gimbals, Rodecaster Pro II mengpanelen, Adobe Creative Cloud). Daarnaast dient de SharePoint als digitale kennisbron met video-instructies.
7. Groeperingsvormen: Met wie leren ze?
Individueel: Basisvaardigheden en portfolio-opbouw.
Duo’s: Presentatietechniek (presentator/operator).
Teams: Grote producties in Blok 3 (regisseur, host, technicus).
8. Leeromgeving: Waar leren ze?
De fysieke studio’s fungeren als een authentieke leeromgeving. Het “Studio Protocol” (geen jassen, tassen of eten) dwingt een professionele werkhouding af die identiek is aan de praktijk.
9. Tijd: Wanneer leren ze het?
Het curriculum is strak gepland in blokken van 10 weken. Workshops variëren in duur van 60 minuten tot intensieve sessies van 300 minuten (zoals de Aftermovie workshop).
10. Toetsing: Hoe wordt de voortgang bepaald?
Toetsing is formatief en badge-gestuurd:
Badges: Bewijs van technische beheersing.
Media Paspoort: Voor reflectie en persoonlijke reviews.
Peer-feedback: Studenten beoordelen elkaars presentaties en teamwork met specifieke formulieren.
PDG Persoonlijke reflectie:
Door het Spinnenweb toe te passen, toon ik aan dat de keuze voor authentieke materialen (component 6) en de professionele studio-omgeving (component 8) direct ondersteunend zijn aan de centrale visie (component 1) om studenten voor te bereiden op hun stage in het werkveld.