05. Lesverslag

De les start met een informele “welkom terug” en een icebreaker (vakantiefoto’s delen in tweetallen) om de groepsdynamiek na de vakantie weer op gang te brengen. Met korte spelrondes en duidelijke timing blijft de sfeer luchtig en blijft iedereen betrokken. Door geregeld beurten toe te wijzen (in plaats van alleen vingeropstekers) krijg je bovendien een beter beeld van de hele groep.

Theorieën als behaviorisme, cognitivisme en sociaal-constructivisme worden kort herhaald, net als de growth versus fixed mindset. Met het kernkwadrant reflecteren deelnemers op hun kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën, wat ze vastleggen voor hun persoonlijke didactische, pedagogische en klassenmanagementdoelen. Ook is er kritiek op starre niveau-indelingen; vakgerichte niveaus zouden leerlingen beter bedienen.

Praktische tips voor docenten: kondig pauzes en wisselmomenten duidelijk aan, gebruik feedback en herhaling om te toetsen wat echt blijft hangen. Het belangrijkste inzicht is dat leren méér is dan kennisoverdracht: groepsdynamiek, motivatie, mindset en herhaling zijn cruciaal voor duurzame betrokkenheid en ontwikkeling.

Lees meer

Daarna gaan we ‘30 seconds spelen’ om snel te schakelen adrem en adhoc handelen met een doel om duidelijk te zijn zodat iemand van jouw uitleg leert. Debbie benadrukt dat het maken van materiaal (‘knippen, plakken, lamineren’) aanvankelijk tijd kost, maar daarna veel variatiemogelijkheden biedt. Door fysieke werkvormen en competitie (met random beurten, kleurrijke kaartjes en torentjes) ontstaan haakjes waardoor kennis beter blijft hangen en studenten gefocust raken dankzij een shotje dopamine. Ook het uitleggen aan medecursisten/studenten en intervisie (gezamenlijke reflectie op dilemma’s) blijken krachtige leermiddelen: je leert meer als je anderen iets uitlegt of samen een probleem oplost. Verder komt het spanningsveld aan bod tussen verschillende niveaus in één klas (niveau 2 versus niveau 4) en hoe je daar didactisch verantwoord mee om kunt gaan. Tot slot benadrukt Debbie het belang van variatie, actieve houdingen (staan i.p.v. zitten) en het bewust inzetten van werkvormen om betrokkenheid en leerresultaten te vergroten.

In deze lesvoorbereiding staat het ontwerpen van krachtige, leerlinggerichte leeractiviteiten centraal. Debbie begint met een korte terugblik op het maken van posters over de werking van het geheugen en een “walking gallery” om inhoud te herhalen en met elkaar te bespreken.

In de vorige les heb ik mijn geheugen routekaart gepresenteerd maar vandaag pak ik die van de groep van Mark. Vooral de tekening met het werkgeheugen triggerde me. Ik vertaalde de cyclus nu in de werking van een computer en had meteen het idee dat het principe binnen kwam. 

Vervolgens introduceert zij modelletjes en onderzoeksresultaten die laten zien hoe leren effectiever wordt als je:  

• voorkennis expliciet maakt en inspeelt op de beginsituatie van je leerlingen,  

• variatie aanbrengt in werkvormen (lezing, discussie, doen, reflectie, simulatie e.d.) en daarmee aansluit bij verschillende leer- en voorkeursstijlen (Kolb, meervoudige intelligenties),  

• doelgericht toets- en werkvormen afstemt op je leerdoelen (constructive alignment, Miller’s piramide, Bloom),  

• behoud van motivatie bevordert door autonomie, relatie en competentie (CAR-model) serieus te nemen.  

Als afsluiting noteren wij welke inzichten ze direct in hun eigen praktijk gaan toepassen en welke verdere vragen ze hierover hebben. Die notities van mij staan hieronder maar eerst wat bevindingen van collega studenten.

Tijdens deze bijeenkomst reflecteren de deelnemers op hun lespraktijk en benoemen ze vooral:  

– Het explicieter formuleren en herhalen van leerdoelen, zodat studenten weten wat ze aan het eind van de les bereikt moeten hebben.  

– Het bewuster afstemmen van werkvormen op die leerdoelen en het actiever inzetten van voorkennis.  

– Het doorvragen aan studenten, ook als ze “ik weet het niet” zeggen, om alert luisteren te stimuleren.  

– Het creëren van een veilige leeromgeving en variatie in aanbod om het geheugen te ondersteunen.  

Verder bespreken ze de opzet van lesvoorbereiding (inclusief gebruik van Canvas) en praktische afspraken over het rooster en afwezigheid.

Mijn reflecties mbt de lessen zijn hieronder te beluisteren:

04. Lesverslag

Klassenmanagement: Rust en structuur in de klas

Voor mij betekent klassenmanagement zorgen voor een fijne en veilige sfeer waarin iedereen kan leren. Het gaat niet alleen om regels, maar vooral om duidelijkheid en respect. Als leerlingen weten wat er van hen verwacht wordt, geeft dat rust en ruimte om te werken.

Ik probeer dit te bereiken door:

  • Duidelijke afspraken: Iedereen weet wat de regels zijn en waarom ze belangrijk zijn.
  • Een vaste structuur: Lesstart, uitleg en afsluiting verlopen herkenbaar.
  • Goede relaties: Ik toon interesse in mijn leerlingen en luister naar hun ideeën.
  • Voorkomen is beter dan genezen: Problemen pak ik vroeg aan, zodat ze niet groter worden.

Zo ontstaat een klas waarin leerlingen zich veilig voelen en gemotiveerd zijn om mee te doen.

Lees meer

• Classroommanagement  

  – Stel vaste routines in: begin les met staan, spreek duidelijk en consequent, laat handen opsteken voor aandacht  

  – Varieer in toonhoogte en volume: start wat luider, daal af naar rustiger tempo om stiltes en concentratie af te dwingen  

  – Observeer en leer van collega’s: pas beproefde trucjes toe en houd vast aan je eigen regels  

• Actieve didactiek versus passief luisteren  

  – Lange monologen (40-minuten hoorcolleges) blijven soms onvermijdelijk voor theorie, maar vragen steeds actieve verwerkingsopdrachten (samenvattingen, discussie)  

  – Overschrijven prikkelt hersenen minder; laat studenten kort mondeling/via schrijven samenvatten en laat ze elkaar corrigeren  

  – Gebruik kleurplaten of simpele werkvormen bij ‘droge’ stof om aandacht vast te houden  

• Gamification en spelprincipes  

  – Spelvormen bieden koppeling aan verschillende leerstijlen: sommige studenten leren beter via spel, anderen via uitleg  

  – Competitie en niveaus stimuleren dopaminavrijgave, verhogen motivatie en doorzettingsvermogen  

  – Eenvoudige beloningen (stickers, complimenten, kleine prijsjes) kunnen al krachtig werken  

• Differentiatie en contextgebonden leren  

  – BBL-studenten (leertijd in de praktijk) vertalen theorie makkelijker naar de praktijk dan BOL-studenten  

  – Koppel nieuwe kennis aan ervaringen uit de beroepspraktijk om het lange-termijngeheugen te voeden  

  – Besteed aandacht aan de werking van geheugen: link nieuw geleerde stof aan bestaande kennis  

• Formatief handelen en feedback  

  – Continua check (formatief toetsen) geeft inzicht in waar studenten staan en stuurt leerproces bij  

  – Geef niet alleen summatieve cijfers, maar ook gerichte complimenten en concrete verbeterpunten  

  – Oefen zelfreflectie bij studenten: laat hen eigen leerproces analyseren en doelen bijstellen  

• Reflectie op eigen rol (“Practice what you preach”)  

  – Wees je bewust van wat je van studenten vraagt: oefen zelf de competenties die je overdraagt (bv. samenvatten, feedback geven)  

  – Besef dat elke docentvalkuil (te direct, uitstelgedrag, conflictvermijding) ook kansen biedt voor ontwikkeling  

  – Gebruik kernkwadranten (kwaliteiten, valkuilen, allergieën, uitdagingen) om eigen patronen te doorbreken  

• Teamdynamiek en diversiteit  

  – Teams bestaan idealiter uit verschillende rollen (promotor, controller, analyzer, supporter) voor optimaal resultaat  

  – Spanningen tussen typen (“allergieën”) zijn natuurlijke signalen: zoek in elkaars valkuilen juist kwaliteiten  

  – Nauwe samenwerking en open feedback stimuleren onderlinge groei en versterkt leeraanbod voor studenten

CAR methode van Luc Stevens

(Competentie, Autonomie, Relatie)

  • CAR model uit PPT halen
CAR Model (Luc Stevens)

Opdracht: Werking van het geheugen

  • Onderzoek theorie over de werking van het geheugen.
  • Maak een infographic via (canva.be) over de werking van het geheugen
  • Voor volgende week: Print de infographic en leg uit aan de groep (posterpresentatie)

• De groep start met overleg over het gebruik van Canva, de rolverdeling en de planning van het groepswerk (poster maken, informatie verzamelen en vormgeven).  

• Onderwerp van de les: werking van het geheugen in drie fasen – zintuiglijk geheugen, kortetermijngeheugen en langetermijngeheugen.  

• Zintuiglijk geheugen: alle zintuiglijke prikkels (zien, horen, voelen, proeven, ruiken) komen binnen, maar blijven slechts circa één seconde “hangen” en worden gefilterd door aandacht.  

• Kortetermijngeheugen (werkgeheugen): beperkte capaciteit (ongeveer 7 items tegelijk), zeer vluchtig en alleen blijvend bij herhaling of bij sterke emotionele lading.  

• Langetermijngeheugen: vrijwel onbeperkte opslag, gelaagd in impliciet (onbewust, vaardigheden zoals fietsen) en expliciet (bewust, feiten en herinneringen).  

• Overgang naar langetermijngeheugen verloopt via elaboratie en associatie: nieuwe informatie koppel je aan bestaande kennis of interesses van leerlingen.  

• Repetitie/herhaling is cruciaal om items in het kortetermijngeheugen te “bevriezen” en over te brengen naar het langetermijngeheugen.  

• Emoties, persoonlijke verhalen en motorische handelingen stimuleren de aandacht en bevorderen het vasthouden van informatie.  

• Kracht van drie: presenteer in de les idealiter drie sleutelbegrippen of voorbeelden om overbelasting te voorkomen en een helder kader te bieden (in navolging van Steve Jobs).  

• Visualiseren met posters en diagrammen (pijlen, kleurcodering) helpt om de geheugenroutes door de hersenen inzichtelijk en memorabel te maken.  

• Gebruik van herkenbare voorbeelden (auto-/brommeranalogie, ervaringen uit de eigen praktijk) bindt aan voorkennis en vergroot de kans op langdurige retentie.  

• Bij overbelasting of als werkgeheugen “vol” zit, verdwijnen willekeurig stukken informatie: je kunt niet zelf bepalen wat er wegvalt.  

• De groep besluit gezamenlijk een grafische poster uit te werken in Canva, met duidelijke stappen: zintuiglijk geheugen → kortetermijngeheugen → langetermijngeheugen (incl. expliciet vs. impliciet).  

• Voor het eindresultaat wordt A3-formaat geadviseerd, met ruimte voor aanvullende voorbeelden, percentages (bv. vergeetcurve, opslagsucces) en kleurcoderingen.  

• Reflectie en peer-feedback: posters worden in de klas opgehangen, besproken en eventueel bijgestuurd op helderheid en didactische meerwaarde.  

• Belangrijkste lesinzicht: informatie blijft beter hangen als je leert inspelen op zintuigen, aandacht, herhaling, emotie en de bestaande wereld van de leerling.

• Docent heeft beperkte invloed op hoe studenten leren; rol is vooral faciliteren en begeleiden.  

• Kwetsbaarheid en openheid van de docent bevorderen een leerzame sfeer.  

• Actief leren wordt gestimuleerd door:  

  – Zelf informatie opzoeken  

  – In groepjes onderzoeken en overleggen  

  – Elkaars inzichten bediscussiëren  

  – Aan elkaar uitleggen wat je geleerd hebt (hoogste leerniveau)  

• Belang van duidelijke afbakening en tijdslimiet om verzanden in te veel diepgang te voorkomen.  

• Keuze in onderzoeksscope:  

  – Focus strikt op ‘werking van het geheugen’ of breder op ‘functie van het brein’  

  – Studenten vrij om diepte-niveau te bepalen aan de hand van interesses en leerdoelen  

• Samenwerkingsvormen:  

  – Groepswerk bevordert lange termijngeheugen beter dan enkel hoorcollege  

  – Iedere student krijgt een deelonderwerp en legt dit later mondeling uit zonder PowerPoint  

• Onderzoeksopdracht dient helder te zijn: ‘werking van het geheugen’, niet een medisch verhaal over de hersenen of dementie  

• Lerarenrol vraagt om voortdurende reflectie op kerncomponenten van het K-model:  

  – Competentie: voelen studenten zich bekwaam?  

  – Betrokkenheid: leveren ze actieve bijdrage?  

  – Relatie: is er een veilige groepsdynamiek en goede docent–student band?  

• Portfolio-opdracht vóór na de vakantie:  

  – Beschrijf wie je bent en wilt zijn als docent  

  – Formuleer visie op leren en eigen kernkwaliteiten  

  – Bereid feedback voor op elkaars werk  

• Niet alle nieuwe theorieën en methoden in één keer toepassen; kies enkele elementen uit die aansluiten bij jouw lessen.  

• Praktische tip: experimenteer met camera-observaties om klasdynamiek

Mijn reflecties mbt de lessen zijn hieronder te beluisteren:

03. Lesverslag

Voor les 3 kregen we thuisstudie mee. Ik heb die tijd benut om rustig te starten en me goed in te lezen in hoofdstuk 1 van Handboek voor leraren – editie 4. In deze samenvatting geef ik kort weer wat me is opgevallen en wat ik belangrijk vond in dit eerste hoofdstuk.

“Wat men moet leren, leert men door te doen”

(Aristoteles 384-322 v. Christus)

Lees meer

HOOFDSTUK1

Leren is het proces wat zich in het hoofd van de leerling afspeelt.

De leerkracht moet een optimale leeromgeving creëren, daarmee zijn de ‘basisgebieden’ van leren geschetst:

  • In het hoofd van de leerling volstrekt zich het leerproces
  • Buiten het hoofd van de leerling wordt de leerstof aangeboden

Een krachtige leeromgeving bestaat uit:

  • Tevredenheid en actieve houding van de leerlingen
  • Het welzijn en de mate van betrokkenheid van de leerling

Welzijn van de leerling;

  • Een leerling die zich prettig voelt is tevreden en heeft plezier in zijn schoolwerk. Hij is ontspannenenergieken benaderbaar(staat open voor zijn omgeving)

Mate van betrokkenheid van de leerling:

  • De intensiteit waarmee de leerling zich bezighoudt met zijn taak. Deze betrokkenheid kan beschreven worden aan de hand van vijf niveaus:
    1. Geen activiteit
    2. Onderbroken activiteit
    3. Activiteit zonder intensiteit
    4. Activiteit met enkele intensieve momenten
    5. Ononderbroken intensieve activiteit Het meten van de betrokkenheid:
  • Het observeren van de betrokkenheid van enkele individuele leerlingen. Door verschillende individuele niveaus van betrokkenheid te noteren, ontstaat een goed beeld van de betrokkenheid van de groep als geheel.

Hoe bereik je een krachtige leeromgeving?

  • In een krachtige leeromgeving wordt voldaan aan de basisbehoeften van de leerlingen:

• Competentie; de leerling moet het gevoel hebben de taak aan te kunnen

• Relatie; de leerling moet het gevoel hebben erbij de horen

• Autonomie; de leerling moet deels zijn eigen keuzes kunnen maken

Adaptief onderwijs voorziet in de basisbehoeften competentie, relatie en autonomie en is afgestemd op de mogelijkheden van de individuele leerling. Adaptief onderwijs staat voor pedagogisch, didactisch en organisatorisch handelen dat leerlingen ruimte biedt om optimaal gemotiveerd te leren.

Competentie; maak de taak transparant en motiverend

  • De leerling moet er altijd van overtuigd zijn dat hij een bepaalde taak aankan
  • Om dat mogelijk te maken moet je als leerkracht inzicht hebben in het leerproces van de leerling; ook wel het transparantmakenvanhetleerproces genoemd
  • Competent voelen leidt tot meer leren van de leerling en bevordert zijn motivatie
  • De leermethode regeert niet maar ondersteunt
  • Soms eerst interveniërende opdrachten bedenken zodat ze de grotere taak daarna aankunnen
  • Als leerkracht kan je de basisbehoefte competentie inbouwen in je lessen door het leerproces stapsgewijs transparant te maken

Het leerproces transparant maken:

  • Denkstappen analyseren

Weten wat de leerlingen moeten leren en wat de hobbels zijn in het leerproces Je moet een bewuste analyse van de leerstof maken

  • Aan elkaar laten uitleggen

Een leerling moet zicht hebben op zijn eigen leerproces, als leerkracht moet je hierbij helpen door bijvoorbeeld: een leerling iets laten uitleggen aan zijn medeleerling(en)

  • Een leerling onthoudt 10% van iets te lezen en 95% wanneer ze iets uitleggen aan anderen. Dit is overigens niet helemaal waar. Tegenwoordig denkt men iets anders over deze percentages.

De leerling motiveren:

  • Leerstof in haalbare stappen onderverdelen
  • Het enthousiasme van de leerkracht
  • Betekenis geven aan leerstof

Extrinsiekemotivatie: bv. Een toets

Intrinsiekemotivatie: bv. Laten ervaren dat de zinvol is voor in het dagelijkse leven

  • Verwachtingen van de leerkracht

Een leerkracht die positieve verwachtingen heeft van de leerling beïnvloedt de daadwerkelijke prestatie van de leerling ook positief.

Leerling gaat zich gedragen conform de positieve verwachtingen van docent=pygmalioneffect.

De hoge verwachtingen van een docent leiden tot een paniekzone wat het leren negatief beïnvloedt.

Relatie: communiceer en betrek de hele klas erbij

  • Een leerling functioneert het beste als hij vertrouwen heeft in de leerkracht en als hij het gevoel heeft bij de groep te horen en daar gezien wordt.

Als leerkracht kan je dit proces ondersteunen door:

  • Het sociale proces te stimuleren en te benutten
  • Ook in een grote groep alle leerlingen bij de les te betrekken
  • Enkele communicatieadviezen ter harte te nemen

Het sociale proces stimuleren en benutten:

  • Leren vindt plaats binnen een sociale context
  • De school is voor leerlingen een ontmoetingsplaats, hier speelt een groot deel van hun sociale leven af
  • Er is sprake van commitmentals verbondenheid wederzijds is
  • Leren gaat beter als leerlingen in onderlinge interactie bezig zijn met de leerstof, ze moeten dan zelf de stof onder woorden brengen en scherpen hun geest. Ze herstructureren bestaande kennis met nieuwe inzichten, hiermee construeren leerlingen hun eigen kijk op de leerstof, dit wordt sociaalconstructivisme genoemd

Sociaalconstructivisme gaat ervan uit dat mensen hun eigen kennis construeren door interactie met anderen.

Activerend onderwijs gaat uit van de grondgedachte dat leerlingen beter leren als ze door middel van activerende werkvormen betrokken worden bij de les.

Enkele communicatieregels om de leerlingen bij de les te betrekken:

  • Volg de klas en de leerlingen

Niet alleen vertellen wat de leerling moet weten maar ook hoe hij daarop reageert

  • Maak nadrukkelijk oogcontact
  • Geef de klas en de individuele leerling een ontvangstbevestiging Laten merken dat hij de moeite waard is om opgemerkt te worden
  • Benoem het handelen van de leerling instemmend Bijvoorbeeld: ‘wat fijn dat je at vraagt’
  • Zorg voor een duidelijke beurtverdeling

Eerst de vraag in algemeenheid stellen, daarna individueel benaderen

  • Zorg dat je de gehele klas betrekt bij de vragen die jij aan een individuele leerling stelt Na individuele beurten snel terugkeren naar groepsniveau

Autonomie: maak keuzen met Kolb en Gardner

Autonomie = leerling heeft grip op zijn eigen leergedrag en voelt zich vrij om eigen keuzes te maken

  • Je moet kunnen differentiëren; biedt leerlingen die meer kunnen ook meer aan
  • In een krachtige leeromgeving wordt de benaderingswijze afgestemd op de verschillende leerstijlen van individuele leerlingen

Kolb: verschillende leerstijlen:

  • Doeners
  • Beschouwers
  • Denkers
  • Beslissers

Daarnaast is hij van mening dat elk volledig leerproces uit een viertal fasen:

  • Concreet ervaren
  • Reflectief observeren
  • Abstract conceptualiseren
  • Actief experimenteren

Welke fase het meest geschikt is om in te stappen, is afhankelijk van de leerstijl van de leerling:

  • De doener;

Houdt van actief experimenteren en concreet ervaren

  • De beschouwer;

Leert door vanuit verschillende invalshoeken naar opgedane ervaringen te kijken

  • De denker;

Benut zijn observaties om abstract te conceptualiseren

  • De beslissers;

Gebruikt de abstractie juist om actief te experimenteren. Past graag theorieën en modellen toe in de praktijk

Gardner: meervoudige intelligentie

  • Intelligentie is volgens Gardner de bekwaamheid om te leren een probleem op te lossen.
  • De voorkeursintelligenties zijn gerelateerd aan de wijze waarop iemand het liefst met problemen en leerstof omgaat

Gardner onderscheidt de volgende intelligentie:

  • Verbaal / linguïstisch

De leerling houdt van taaluitingen zoals lezen/schrijven en is gevoelig voor nuances in taalgebruik

  • Logisch / mathematisch

De leerling is analytisch en planmatig en houdt er van probleemstellingen op te lossen

  • Visueel / ruimtelijk

Leerling heeft een goed ontwikkeld ruimtelijk inzicht en heeft gevoel voor verhoudingen, vormen, afmetingen en kleur

  • Lichamelijk / kinesthetisch

De leerling leert het best door dingen te doen, houdt van fysieke ervaringen

  • Muzikaal / ritmisch

Luistert graag naar muziek en maakt graag muziek

  • Naturalistisch

Houdt van de natuur en alles wat daarmee samenhangt; dieren/klimaat/landschappen

  • Interpersoonlijk

Is sociaal, gaat graag met mensen om en is empathisch sterk ontwikkeld

  • Extrapersoonlijk

Sterk ontwikkelde innerlijke belevingswereld en is zich bewust van zijn eigen gewaarwordingen

Leren = het gevolg van een activiteit van de leerling

Leren = een mentaal proces waarbij als gevolg van leeractiviteiten een relatief stabiele gedragsverandering tot stand komt

Metaal proces = een intern proces waarbij nieuwe kennis , vaardigheden, houdingen, motieven en het vermogen om het leerproces te verbeteren

Leren geschiedt middels:

  • Directe ervaring
  • Sociale interactie
  • Nadenken ofwel reflectie
  • Verwerken van theorie
  • Niveau 1; onthouden
  • Niveau 2; begrijpen
  • Niveau 3; integreren = nieuwe kennis wordt gekoppeld aan aanwezige kennis
  • Niveau 4; toepassen

We onderscheiden 3 soorten geheugen:

  • Zintuigelijk geheugen
  • Kortetermijngeheugen
  • Langetermijngeheugen

Het zintuigelijk geheugen:

  • Alles wat je ziet/hoort/ruikt/voelt en proeft komt in het zintuigelijk geheugen
  • Duurt erg kort
  • Belangrijkste taak = vergelijken nieuwe ruwe informatie met al aanwezige informatie
  • Alleen informatie die wordt herkend en betekenis heeft krijgt toegang tot het kortetermijngeheugen

Kortetermijngeheugen:

  • Informatie die door het zintuigelijk geheugen is doorgelaten komt terecht in het kortetermijngeheugen
  • Nieuwe informatie wordt in contact gebracht met al bestaande kennis uit het langetermijngeheugen
  • Heeft een beperkte capaciteit
  • Belangrijke actieve controleprocessen in het korttermijngeheugen zijn herhalen en coderen

Van kort naar lang; herhaling en codering

  • Informatie die niet wordt opgenomen gaat verloren, herhalen/coderen helpt bij onthouden
  • Twee soorten herhaling; onderhoudsherhaling en uitgewerkte herhaling
  • Onderhoudsherhaling = helpt je om informatie langer vast te houden in het kortetermijngeheugen maar niet genoeg voor het langetermijngeheugen
  • Uitgewerkte herhaling = door nieuwe informatie te bewerken, proberen we het te begrijpen en die poging tot begrijpen is de meest effectieve manier om nieuwe informatie op te slaan
  • Codering = ezelsbruggetjes (Waddeneilanden (tv-tas), knoop in je zakdoek, ’t kofschip)

Langetermijngeheugen:

  • Uitgebreid netwerk van mentale concepten die associatief met elkaar zijn verbonden
  • Hoe dichter de kennis bij elkaar zit hoe sneller je je iets kan herinneren
  • Behaviorisme en het belang van conditioneren
  • Cognitivisme en het belang van metacognitie
  • Handelingspsychologie en het belang van mentale handelingen
  • Constructivistische leertheorie en sleutelkenmerken van onderwijs

Behaviorisme en het belang van conditioneren:

  • Het behaviorisme zag de proefpersoon als een black box waarbij je niet in het hoofd moet willen kijken
  • Iedereen zou kunnen opgroeien tot kunstenaar, zakenman of bedelaar, al naar gelang de omgeving waar hij werd grootgebracht met de bijbehorende prikkels
  • Het behaviorisme stelt dat leren het gevolg is van een prikkel (stimulus) die een reactie in de vorm van bepaald gedrag (respons) teweegbrengt

Twee belangrijke leer theoretische principes van het behaviorisme:

  • Klassiek conditioneren
  • Operant conditioneren

Klassiek conditioneren:

  • Honden die gaan kwijlen bij het zien van voedsel
  • Hongerige katten die aan een touwtje moeten trekken om vis te krijgen -> trial and error
  • Op den duur ontstaat het gewenste gedrag -> kat trekt aan touwtje

De wet van herhaling = hoe vaker succes, hoe eerder hij verband legt tussen zijn handeling en het resultaat daarvan.

De wet van effect = hoe groter de beloning, des te sneller het effect

Operant conditioneren:

  • Belonen van deelhandelingen bij het aanleren van complex gedrag (duiven laten pingpongen)

Cognitivisme en het belang van metacognitie:

  • Het cognitivisme is geïnteresseerd in de leerprocessen die zich in het hoofd afspelen
  • Het cognitivisme gaat uit van een actieve leerling die zelf orde schept in alle aangeboden stimuli
  • Cognitie = kennen of weten -> kennis die zich in iemands geest bevindt
  • Bestudeert de mentale activiteit in de processen van leren, waarnemen, herinneren, denken, interpreteren, geloven en het oplossen van problemen

Metacognitie en vier soorten kennis:

  • Metacognitie = kennis over je eigen kennis
  • Metacognitie is nodig om je eigen leerproces te reguleren

Kennis kan betrekking hebben op de volgende 4 deelaspecten:

  • Declaratieve kennis (definities, wetten, formules en verbanden)
  • Procedurele kennis (kennis kunnen toepassen)
  • Situationele kennis (oplossingsstrategieën kunnen kiezen)
  • Strategische kennis (alternatieve methoden kennen)

Constructivistische leertheorie:

  • Het constructivisme gaat ervan uit dat leerlingen hun eigen nieuwe kennis construeren (opbouwen/samenstellen)
  • Kennis wordt dus niet kant en klaar in hun hoofd gegoten
  • Instructie kan deze constructie ondersteunen Constructivistische uitgangspunten:
  • De leerling bezit van zichzelf de wens om dingen uit te zoeken -> intrinsiek gemotiveerd
  • Begrijpen is meer dan informatie uit het hoofd leren, begrijpen is een kwestie van structureren en/of herorganiseren
  • Reflectie, zelfcorrectie en feedback van anderen stimuleren het leren

Sleutelkenmerken van onderwijs:

  • De lerende heeft een actieve rol
  • Voorkennis is het vertrekpunt voor nieuwe informatie
  • Een leerproces is een individueel proces
  • Leren is sociale ervaring

03. Lesverslag 24-09 & 01-10-25

– Debbie opent met een informele “check-in” waarin iedereen kort deelt hoe hij/zij school ervaart.  

– Studenten noemen uitspraken als “school is bijkomen van het weekend,” “school is dwangarbeid,” “leraar is net een baby die aandacht wil,” enz.  

– Debbie wijst erop dat leren meer is dan puur feiten reproduceren: het gaat om relatief blijvende gedragsverandering door actief oefenen, reflectie en interactie.  

– Er wordt besproken hoe traditionele toetsen en overhoringen vooral geheugen trainen, maar dat mbo-onderwijs steeds meer praktijktoetsing en vaardighedenintegratie gebruikt.  

– Verschillen tussen mbo en hbo passeren de revue (leerplicht, volwassen verantwoordelijkheid, studiepunten).  

– Er is aandacht voor leerproblemen (ADHD, executiefuncties) en de vraag of docenten studenten beter moeten ondersteunen bij plannen en organiseren.  

– Klachten over collega’s en de noodzaak van open gesprek en feedbackcultuur in het team komen kort aan bod.  

– De les eindigt met een opdracht: iedereen formuleert een definitie van “leren” op een whiteboardje om daarna verder te werken aan hun portfolio.

In deze lange tekst volgt een documentaire over drie Nederlandse scholen die afstappen van het klassieke, eenheids‐onderwijs en elk een eigen visie op leren hebben ontwikkeld.  

1. Basisschool De Duinen in Zandvoort biedt leerlingen een flexibel rooster van 8.00–18.00 uur, 50 weken per jaar, gecombineerd met buitenschoolse opvang. Ouders en kinderen mogen zelf uren en vakanties kiezen, zolang het totaal aan leeruren klopt. Zo ontstaat ruimte voor maatwerk en zelfsturing.  

2. Op een vmbo-school in Roermond heeft Sjef Drummen vakken afgeschaft, niveaus door elkaar gezet en leerlingen de wereld als vertrekpunt gegeven. Kennis wordt niet langer in vakjes aangeboden maar ontstaat tijdens onderzoek naar echte vraagstukken; zo leren kinderen hun eigen leerroute maken.  

3. Het Hyperion Lyceum (gymnasium/vwo) experimenteert met blokuren, minder verplichte uren en nieuwe vakken zoals “Grote Denkers” (filosofie). Leraren ontwerpen onderwijs dat past bij individuele talenten en de minister stimuleert flexibele uurroosters en verwijdering van de 1.040-uurnorm.  

De centrale boodschap is dat in een wereld die voortdurend verandert een holistische, adaptieve schoolorganisatie nodig is waarin leerlingen meedenken over hun leerplan, leren door te doen en waarin theorie en praktijk voortdurend met elkaar vervlochten zijn. Traditionele, top-downvernieuwing schiet tekort: echte innovatie ontstaat als leraren én leerlingen van onderuit betrokken worden bij visie en uitvoering.

De tekst is een weergave van een groepsgesprek tussen mbo-docenten over de ‘visie op leren’ bij onder meer Summa College en Ter Aa. Kernpunten:  

– Onderliggende leertheorieën: constructivisme, intrinsieke motivatie, zelfregulatie, gepersonaliseerd, actief en gesitueerd leren.  

– Erkenning dat zo’n visie vooral een verzameling wetenschappelijk onderbouwde concepten is, geen kant-en-klaar recept.  

– Bediscussieerd worden vindbaarheid en actualiteit van de visiedocumenten, en het verschil tussen ‘visie op leren’ en ‘visie op onderwijs’.  

– Verschillen binnen en tussen teams: sommige collega’s passen principes volop toe, anderen zien er weinig in.  

– Persoonlijke accenten: veilige leeromgeving, coachende rol, gelijke kansen, thema-opdrachten en meer tooling.  

– Toekomstvraag: hoe passen we visie en werkwijzen aan onder invloed van flexibele leertrajecten en AI?• Hoofdpunten  

  – De groep formuleert een korte, heldere definitie van “fun” voor hun werkafspraken.  

  – Kernwoorden: samen plezier beleven, vieren, af en toe borrelen, foto’s maken, samenwerken met nieuwe mensen.  

  – Focus op compact taalgebruik; eventueel een extra regel opnemen (“niet-vrolijke deelnemers mogen niet meedoen”).  

  – Einddoel: een aansprekende, beknopte tekst voor in de PowerPoint op Canvas.  

• Belangrijkste inzichten  

  – Samen plezier maken staat centraal en versterkt teamgevoel.  

  – Diversiteit: samenwerken met onbekenden stimuleert nieuwe contacten en creativiteit.  

  – Visuele component (foto’s) en informele momenten (borrel) dragen bij aan de beleving van plezier.  

  – Taalzuinigheid zorgt voor helderheid en gemakkelijk gebruik in presentaties.  

• Key takeaways  

  – Definieer “fun” concreet met een handvol kernwoorden voor impact.  

  – Combineer sociale, visuele en viermomenten om écht plezier te creëren.  

  – Overweeg spelregels om een positieve sfeer te waarborgen.  

  – Zorg dat de definitie beknopt genoeg is voor digitale slides en snelle referentie.

Afsluitend

Debbie legt uit hoe je in Canvas wekelijks een “basisdeel” voor je portfolio opbouwt, waarin je aantoont dat je zelfstandig kunt leren en werken aan autonomie. Dit basisdeel omvat: (1) de ontwikkeling van je professionele identiteit – met reflecties op je achtergrond, visie, drijfveren, kwaliteiten, valkuilen en persoonlijke ontwikkelpunten, ondersteund door diverse bewijsmaterialen; en (2) de realisatie van leeractiviteiten – inclusief lesvoorbereiding, uitvoering, minimaal één (bij voorkeur twee) lesobservaties met feedback en een jaarplanning (“reisplan”) voor je bewijsmateriaal. Je hebt vrijheid in vorm en inhoud, mits je keuzes onderbouwt met theorie (APA), feedback en zelfreflectie. Verder benadrukt de docent het actieve gebruik van Canvas, het regelen van je Fontys-pasje en toont hij voorbeelden van korte video-introducties bij “Wie ben ik?”.

Mijn reflecties mbt de lessen zijn hieronder te beluisteren:

02. Lesverslag

Klassikale opstellingen zijn sinds de industriële revolutie nauwelijks geëvolueerd, ondanks uitgebreide kennis over hoe mensen het beste leren.

  • De traditionele “busopstelling” biedt leerkrachtcontrole en overzicht, maar beperkt interactie, samenwerking en bewegingsvrijheid van leerlingen.
  • Flexibele werkvormen (bijvoorbeeld skippyballen, hoekenwerk, verrijdbaar meubilair) maken de leeromgeving actiever, bevorderen concentratie en stimuleren uitwisseling.
  • Classroom design en meubilair hebben een directe invloed op klassenmanagement, sfeer en leerresultaten.
  • Veel docenten zijn “klassiek” opgeleid en missen soms de vaardigheden of ervaring om innovatieve werkvormen te hanteren.
  • Professionele ontwikkeling en voldoende begeleiding ontbreken vaak, waardoor vernieuwende ideeën niet worden doorgevoerd.
  • Bestaande schoolinfrastructuur is vaak star en niet berekend op flexibele onderwijsconcepten.
  • Verandering gaat traag door een combinatie van cultuur, gebrek aan middelen en starre gebouwindeling.
  • Toekomstgericht onderwijs vereist adaptieve, aanpasbare ruimtes, continu bijscholen van docenten en investeringen in flexibel meubilair.

Docentschap en Onderwijsvernieuwing: Reflecties en Ervaringen in de Klas

  • Onderwijs en techniek drijven uit elkaar: nieuwe technologieën (AI e.d.) volgen het onderwijs op de voet, maar didactiek berust op bewezen inzichten en verandert minder snel.
  • Didactiek is geen blauwdruk: er is veel onderzoek, maar geen standaardrecept dat voor álle studenten werkt; je moet blijven onderzoeken en aanpassen.
  • Portfolio-opbouw (PDG-traject):
    – Basiskamp: formatief oefenen, vertrouwd raken met theorie en feedback, nog geen studiepunten.
    – Expeditie: vier summatieve onderwijseenheden aantonen met bewijsmateriaal.
    – Bewijsmateriaal vereist: theorie-onderbouwing, feedback (van coach, collega’s of studenten), persoonlijke reflectie en motivatie
  • Check-in en kennismaking: korte werkvormen om de groep te verkennen, verwachtingen te bespreken en een veilige leeromgeving (“definition of fun”) op te zetten.
  • Visie op docentschap:
    – Wie wil je zijn als docent? Welke waarden en voorbeelden (positief/negatief) vormen jouw inspiratie?
    – Reflecteer op eigen schoolervaringen: veiligheid, erkenning, competentiebeleving en adviesniveau beïnvloeden latere leerhouding.
  • Mindset en prior knowledge:
    – Belang van een groeimindset (Carol Dweck): vertrouwen wekken dat fouten mogen en je kunt groeien.
    – Constructivisme: bouw nieuw leren voort op bestaande kennis (“reconstructie van voorkennis”) en voorkom hiaten in de fundering.
    – Zone van naaste ontwikkeling (Vygotsky): bied opdrachten die nét haalbaar zijn met hulp, houd rekening met ieders eigen startniveau.
  • Klassikaal differentiëren en flexibiliteit:
    – Groepering op leeftijd is organisatorisch handig maar niet didactisch ideaal; kennisniveaus lopen uiteen.
    – Flexibele leerroutes, kerngroepen/coaches of sprints (Scrum-inspiratie) helpen bij maatwerk.
  • Goede lesvoorbereiding:
    – Werk met duidelijke leerdoelen, tijdsschema’s en structuur (vermijd alleen PowerPoint-voorlezen).
    – Activeer voorkennis, gebruik korte activerende werkvormen en evalueer in iedere les wat is blijven hangen.
  • Rollen van de docent: expert, coach, facilitator, beoordelaar – wissel af naar wat de situatie vereist.
  • Reflectie en feedbackcultuur:
    – Verzamel feedback van collega’s, coaches en vooral je eigen studenten; hun ervaring is waardevol.
    – Reflecteer niet alleen op gevoelens, maar op concreet eigen handelen: wat ging goed, wat niet en welke aanpassingen maak je volgende keer?
  • Uitdagingen in praktijk:
    – Eén tempo lesgeven werkt niet voor alle studenten; sommigen lopen vast, anderen willen verdieping.
    – Organisatorische roosters en aanwezigheidseisen belemmeren soms maatwerk. – Goede gegevens over voorkennis en voortgang zijn cruciaal om steeds gericht te differentiëren.

De Definitie van Plezier: Een Groepsdialoog over Samenwerken en Leervertrouwen

  • De les startte informeel met een korte anekdote over “ssst” in Amerika, wat het ijs brak en het belang van plezier in de klas aantoont.
  • Inzicht: werk hoeft niet áltijd leuk te zijn, maar wél veilig en betekenisvol wanneer je je realiseert dat je onder gelijkgestemden bent.
  • “Definition of fun” = gezamenlijke normen, waarden en afspraken om een veilige, inclusieve leeromgeving te creëren – geen keiharde regels, maar gewenste omgangsvormen.
  • Obstakel: klassen die te snel groepsfase doorlopen en waarin ‘niet leren’ de norm wordt, zijn moeilijk terug te draaien zonder duidelijke gezamenlijke afspraken.
  • Voorbeeld van de sokkenmetafoor: kwetsbaarheid durven tonen (gat in je sok), problemen benoemen, inclusie als norm, diversiteit versterken creativiteit, fouten maken mag en geeft groeikansen.
  • Praktische opdracht: studenten in groepjes van 4–5 bedenken maximaal zes uitgangspunten voor goede samenwerking, o.a.:
    – Openheid en vertrouwen
    – Fouten mogen maken en respectvol handelen
    – Elkaars kwaliteiten benutten en valkuilen leren kennen
    – Diversiteit (wisselende samenstelling van groepjes)
    – Actieve feedback geven en ontvangen
  • Digitale tip: Canvas inloggen via Fontys–portal en studiegroep-app voor overleggen en documenten delen.
  • Kern leertheorieën kort benoemd:
    – Sociaal constructivisme: bouwen op eerdere kennis én samen leren (Vygotsky’s Zone van Naaste Ontwikkeling)
    – Mindset: growth mindset bevorderen (leren kan altijd verbeteren), fixed mindset vermijden (“ik kan dit niet”)
  • Klassenmanagement: goede lesvoorbereiding, opstelling van tafels/stoelen, regie voeren zonder autoritair te zijn, duidelijke routines en differentiatie naar leerbehoefte.
  • Didactische werkvormen: korte instructie–activiteit–reflectie, wisselende groepjes, herhaling (check-in/check-out), humor en interactie om betrokkenheid te behouden.
  • Reflectiemoment (“smileys”): studenten delen hoe vol of leeg hun hoofd zit, wat hen enthousiast of overweldigd maakt – stap voor stap introduceren en hulp aanbieden.
  • Docentrol: openstaan voor feedback zonder sancties, aanmoedigen van autonomie, vertrouwen en samen vieren van successen.

Leerprocessen en Feedback in de Klas

Praktische mededelingen: volgende week geen les (docent is op toetscongres), de volgende bijeenkomst over twee weken.

Leer- en onthoudverschillen: sommige studenten onthouden snel en kunnen direct reproduceren, anderen hebben herhaling en praktijk nodig om te begrijpen.

Effectieve leeractiviteiten: door herhaling in groep en actieve werkvormen zorg je dat kennis beter blijft “hangen”.

Doel van de les is niet puur feiten stampen, maar laten zien hoe je leerstof door herhaling en interactie verdiept.

Kennis vervaagt als je er na verloop van tijd niet actief mee bezig blijft; dat is normaal, maak je daar geen zorgen over.

Snelle feedbackmethoden (zoals smileys) helpen om vlot te peilen hoe de les en samenwerking verlopen.

Open communicatie: feedback en vragen van studenten zijn welkom en helpen onduidelijkheden weg te nemen.

Mijn reflecties mbt de lessen zijn hieronder te beluisteren:

01. Lesverslag

Reflectie op de eerste PDG-les: kennismaken en geruststelling

De eerste bijeenkomst van mijn PDG-opleiding voelde als een verademing. In plaats van een De eerste bijeenkomst van mijn PDG-opleiding voelde als een verademing. In plaats van een theoretische start, lag de nadruk op kennismaken, doen en ervaren. Precies wat mij geruststelde over de aanpak van deze opleiding. Als iemand met dyslexie is het voor mij belangrijk dat leren praktisch en visueel ondersteund wordt. Dat lijkt hier goed te passen.We begonnen met een creatieve opdracht: interview een medestudent en presenteer hem of haar aan de groep. Mijn gesprekspartner was Niels. Ik gebruikte een app om ons interview op te nemen en automatisch te laten samenvatten. Die samenvatting heb ik vervolgens geanalyseerd en omgezet in een wordcloud, een visuele weergave van Niels’ persoonlijkheid. Dit hielp mij om zijn verhaal op een kernachtige en aantrekkelijke manier te presenteren.Een speels element in de opdracht was het verwerken van een leugen in de presentatie. De groep moest raden wat niet klopte. Dit zorgde voor betrokkenheid en aandacht, en liet zien hoe je met een kleine twist de concentratie kunt vasthouden. Een waardevolle tip die we kregen was: “Denk er even over na, ik vraag zometeen iemand om te antwoorden.” Door deze zin te gebruiken, voelt iedereen zich aangesproken en alert, een eenvoudige maar effectieve didactische techniek.Het interview werd wederzijds uitgevoerd: Niels interviewde mij ook, en in de volgende les presenteren we elkaar. Zo leren we elkaar beter kennen en bouwen we aan een veilige leeromgeving. Deze aanpak is leren door te doen, samenwerken en reflecteren. Geeft mij vertrouwen in het traject dat voor ons ligt.

Mijn reflecties mbt de lessen zijn hieronder te beluisteren: